Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 juni 2017 in de zaak tussen
[X] te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Gevolgen voor de vrouw:
f. 60.200,--(winkeldeel -/- grond) en er kan een afschrijvingspercentage van maximaal 3% worden gehanteerd.
Gevolgen voor de man:
f. 8975.De vrouw kan dit bedrag als huurkosten meenemen in haar verlies- en winstrekening. De man of de vrouw ( indien het hoogste persoonlijk arbeidsinkomen) moet dit deel van de economische huurwaarde aangeven in het aangiftebiljet inkomstenbelasting onder de rubriek inkomsten uit overige onroerende goederen en kan de aftrekbare kosten claimen.
Belastingsoort
Reden gezamenlijke taxatie
Peildatum en vaststelling waarde(n)
Verstrekken inlichtingen ten behoeve taxatie
€ 150.000
€ 4.750
Primair stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder geen navorderingsaanslag kon opleggen wegens het ontbreken van een nieuw feit in de zin van artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de AWR) dan wel op grond van het vertrouwensbeginsel. Subsidiair stelt eiser zich op het standpunt dat de terbeschikkingstellingsregeling ex artikel 3.91 van de Wet IB 2001 niet van toepassing is vanwege het gemeenschappelijke eigendom van het winkelpand. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vernietiging van de navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente. Zo de terbeschikkingstellingsregeling wel van toepassing is stelt eiser dat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen dient te worden verminderd.
Toepassing terbeschikkingstellingsregeling
“1. Onder werkzaamheid wordt mede verstaan:
c. De casus is als onder 1b, met dit verschil dat het pand niet behoort tot de goederengemeenschap maar tot het vermogen van de echtgenoot die het ter beschikking stelt aan de echtgenoot die de eenmanszaak drijft. Daarmee is de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing op het gedeelte van het pand dat aan de onderneming ter beschikking is gesteld. Dit houdt in dat de echtgenoot die het pand ter beschikking stelt daarvoor wordt betrokken in het resultaat uit overige werkzaamheden. De onderneming kan ter zake van het gebruik van het pand een fictieve gebruiksvergoeding ten taste van de winst brengen ter grootte van de economische huurwaarde. Artikel 3.17 is hierbij niet aan de orde. Op het gedeelte van het pand dat als eigen woning dienst doet is het huurwaardeforfait van toepassing." (Kamerstukken II 2009/2001, 27 466 , nr. 6, blz. 6 (…)”.