Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- heeft hij (aldus rijdende) een personenauto (merk Opel, type Astra), welke stilstond voor de stopstreep op de rechterrijstrook van voornoemde weg en/of (voor) de rood-uitstralende verkeerslichten voor/bij/boven de ingang van de Wijkertunnel, althans de Wijkertunnel naderde, niet opgemerkt,
- waarna een botsing of aanrijding is gevolgd tussen die (stilstaande) personenauto en zijn, verdachtes, motorrijtuig,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;
(vervolgens) 50 km/u) en/of een maximum snelheid was toegestaan van 50 km/u, die aan de weggebruikers kenbaar werd gemaakt door middel van gebruikmaking van een of meer (matrix) verkeersbord(en) conform model A3 van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 met (daarop) het opschrift "50",
- heeft hij (aldus rijdende) een personenauto (merk Opel, type Astra), welke stilstond voor de stopstreep op de rechterrijstrook van voornoemde weg en/of (voor) de rood-uitstralende verkeerslichten voor/bij/boven de ingang van de Wijkertunnel, althans de Wijkertunnel naderde, niet opgemerkt,
- waarna een botsing of aanrijding is gevolgd tussen die (stilstaande) personenauto en zijn, verdachtes, voertuig, waardoor de bestuurder van die personenauto (te weten [slachtoffer]) is gedood/overleden,
2.Voorvragen
3.Bewijs
- heeft hij (aldus rijdende) een personenauto (merk Opel, type Astra), welke stilstond voor de stopstreep op de rechterrijstrook van voornoemde weg en voor de rood-uitstralende verkeerslichten voor de ingang van de Wijkertunnel, niet opgemerkt,
- waarna een botsing of aanrijding is gevolgd tussen die stilstaande personenauto en zijn, verdachtes, motorrijtuig,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
ZESTIG [60] URENtaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door dertig [30] dagen hechtenis.
ZES [6] MAANDENovereenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Beveelt dat deze bijkomende straf
nietzal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.