ECLI:NL:RBNHO:2017:6984
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing met minderjarigen wegens onvoldoende belangsoverweging
De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming ex artikel 253a BW om met haar minderjarige kinderen te verhuizen naar een andere plaats en hen daar in te schrijven op een nieuwe school. De man, met wie zij gezamenlijk gezag heeft, verzette zich tegen deze verhuizing en stelde dat het niet in het belang van de kinderen was.
De rechtbank heeft alle belangen zorgvuldig afgewogen, waaronder het belang van de vrouw om haar leven opnieuw in te richten, de noodzaak van de verhuizing, de voorbereiding en de gevolgen voor de minderjarigen en de man. De vrouw kon niet aantonen dat er een noodzaak was om te verhuizen, en de geboden compensatie voor de zorgregeling was onvoldoende. De kinderen zijn geworteld in hun huidige omgeving en hebben een zorgregeling waarbij de man een substantieel aandeel heeft.
De Raad voor de Kinderbescherming concludeerde dat de verhuizing niet in het belang van de kinderen is en dat de communicatieproblemen tussen de ouders door verhuizing niet zullen verbeteren. De rechtbank oordeelde dat het belang van de kinderen om in hun vertrouwde omgeving te blijven en het belang van de man op continuering van zijn zorgregeling zwaarder wegen dan het belang van de vrouw bij verhuizing. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor verhuizing met minderjarigen is afgewezen.