ECLI:NL:RBNHO:2017:7250
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping beschikking ontkenning vaderschap na DNA-onderzoek en vaststelling bedrog
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 30 augustus 2017 een beschikking gegeven tot herroeping van een eerdere beschikking uit 1996 waarin het vaderschap van [naam 3] werd ontkend. Dit volgde op een DNA-onderzoek dat onomstotelijk aantoonde dat [naam 3] wel degelijk de biologische vader is van [naam 1]. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van bedrog, omdat zowel [naam 3] als de moeder destijds onjuiste verklaringen hadden afgelegd over het vaderschap, ingegeven door een echtscheidingsstrijd.
De procedure begon met een verzoek tot herroeping van de beschikking uit 1996, waarbij de rechtbank beoordeelde dat het verzoek ontvankelijk was ondanks dat het prematuur was ingediend. De rechtbank stelde vast dat de termijn voor herroeping ingaat op het moment van ontdekking van het bedrog, hier de datum van het DNA-rapport van 12 juni 2017.
Na heropening van het geding werd het oorspronkelijke verzoek tot ontkenning van het vaderschap afgewezen. De rechtbank bepaalde dat [naam 1] met terugwerkende kracht het kind is van [naam 3] en dat de erkenning door [naam 2] niet rechtsgeldig is. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de latere vermeldingen omtrent ontkenning en erkenning in de geboorteakte te verwijderen.
Ten aanzien van de kosten van het DNA-onderzoek werd [naam 3] veroordeeld deze aan [naam 1] te vergoeden, aangezien hij de in het ongelijk gestelde partij is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.
Uitkomst: De beschikking tot ontkenning vaderschap uit 1996 wordt herroepen en het verzoek tot ontkenning afgewezen; het vaderschap van [naam 3] wordt met terugwerkende kracht vastgesteld.