Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser] , (hierna: [eiser] ) te [woonplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
voorlopigereactie, dat hij eerst een kopie wil hebben van de stukken, en dat hij eerst tijd nodig heeft om alles goed uit te zoeken. Daarmee wekt [eiser] de indruk dat hij zich eerst wil beraden op de situatie alvorens (meer definitieve) stappen te zetten. Gelet op al deze omstandigheden had verweerder de opmerking van [eiser] op pagina 4 van zijn 5 pagina’s tellende brief, waarbij hij verweerder vraagt hem omgevingsvergunningen te verlenen, niet hoeven opvatten als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb om verlening van omgevingsvergunningen. Voor het overige verwijst de rechtbank naar haar overwegingen sub 13 in de uitspraak van 27 maart 2017. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de brief van 11 juli 2016 geen aanvraag omvat in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb.