ECLI:NL:RVS:2019:850
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig bekendmaken beschikking van rechtswege omgevingsvergunning
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege betreffende omgevingsvergunningen voor een schuilhut, een ondergronds gebouw en recreatief gebruik van bijgebouwen op percelen te Den Burg. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het verzoek van appellant niet kwalificeerde als een aanvraag om omgevingsvergunning in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant stelde dat hij met zijn brief van 11 juli 2016 een expliciete en ondubbelzinnige aanvraag had ingediend, zonder gebruik te maken van het voorgeschreven formulier, en dat het college daardoor in gebreke was gebleven. De Raad van State oordeelde dat een aanvraag een zelfstandig stuk moet zijn waaruit direct blijkt dat een aanvraag wordt gedaan. De brief van appellant was een reactie op een voornemen tot handhaving en bevatte geen zelfstandig, duidelijk verzoek om vergunning.
De Raad van State bevestigde dat er geen aanvraag was ingediend, waardoor ook geen vergunning van rechtswege was verleend. Het college was derhalve niet in gebreke gebleven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.