Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
N.V. Luchthaven Schiphol, te Haarlemmermeer, gemachtigde: mr. J.H.A. van der Grinten.
Rechtbank Noord-Holland
De burgemeester van Haarlemmermeer heeft een aanwijzingsbesluit genomen dat het aanbieden van taxidiensten binnen een bepaald gebied op luchthaven Schiphol verbiedt, met uitzondering van taxidiensten vanuit een taxi die deel uitmaken van het door Schiphol georganiseerde taxisysteem. Verzoekers, taxichauffeurs met vergunningen, wilden buiten dit systeem diensten aanbieden en verzochten om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter overwoog dat het aanwijzingsbesluit gebaseerd is op artikel 2:1G van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), gericht op handhaving van de openbare orde. Uit proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee bleek sprake van ernstige overlast door taxichauffeurs die buiten het systeem opereerden, waaronder hinder, bedreigingen en mishandelingen.
Verzoekers betoogden dat het besluit strijdig is met de Wet personenvervoer 2000 en de Gemeentewet, en dat de overlast niet door hen maar door Schiphol zelf wordt veroorzaakt. De voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de burgemeester binnen zijn bevoegdheid handelde en dat het belang van openbare orde prevaleert boven het belang van verzoekers.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het aanwijzingsbesluit een proportionele maatregel is om de openbare orde te herstellen en dat verzoekers zich binnen het georganiseerde taxisysteem kunnen voegen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het aanwijzingsbesluit is afgewezen.