ECLI:NL:RBNHO:2017:9671

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 november 2017
Publicatiedatum
17 november 2017
Zaaknummer
C/15/266353 / JU RK 17-1928
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetInternationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp en wachtlijstproblematiek in jeugdzorg

De rechtbank Noord-Holland heeft op 15 november 2017 een beschikking gegeven inzake de machtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die sinds november 2014 verblijft in een gesloten accommodatie. De machtiging wordt verlengd tot uiterlijk 19 februari 2018, omdat er geen geschikte vervolgplek beschikbaar is in de woonvoorziening waar de minderjarige op de wachtlijst staat.

De Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI), namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, verzochten om deze machtiging om terugval in gedrag en ontwikkeling te voorkomen. De minderjarige en zijn moeder steunen het verzoek, hoewel zij aangeven dat een doorstroming gewenst is. De gedragsdeskundige benadrukt de schadelijkheid van een te lang verblijf in gesloten jeugdhulp.

De kinderrechter oordeelt dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk blijft vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en het ontbreken van een alternatieve plek. Tevens wijst de rechter op het fundamentele recht van de minderjarige op ontwikkeling en deelname aan de samenleving, zoals vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. De gemeente wordt opgedragen binnen drie maanden passende vervolgmaatregelen te treffen.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verlengd tot uiterlijk 19 februari 2018 vanwege wachtlijst bij vervolgvoorziening.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd
Zittingsplaats: Alkmaar
zaakgegevens : C/15/266353 / JU RK 17-1928
datum uitspraak: 15 november 2017

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gecertificeerde instelling voor jeugdhulp,hierna te noemen GI, gevestigd te Alkmaar, namens het college van Burgermeester & Wethouders van de gemeente [plaats] , hierna te noemen het college.
betreffende

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,hierna te noemen de moeder, wonende te [plaats] ,
[de vader] ,hierna te noemen de vader, wonende te [plaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen namens het college van 6 november 2017, ingekomen bij de griffie op 9 november 2017;
- de verklaring d.d. 6 november 2017 dat een voorziening nodig is op het gebied van gesloten jeugdhulp;
- de instemmingsverklaring d.d. 7 november 2017 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 14 november 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [de minderjarige] , bijgestaan door mr. R. Polderman,
- de moeder;
- mevrouw [naam] , namens de GI;
- mevrouw [naam] , gedragsdeskundige [gesloten accommodatie] ;
- de heer [naam] , groepsleider [gesloten accommodatie] .
[de minderjarige] heeft in bijzijn van zijn raadsman eerst afzonderlijk met de kinderrechter gesproken.
De vader is opgeroepen, maar niet ter zitting verschenen.
Bij beschikking van 15 november 2017 is reeds in verkorte vorm uitspraak gedaan. Hieronder volgt de schriftelijke uitwerking.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
Bij beschikking van 8 november 2016 is de (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp betreffende [de minderjarige] verleend tot 19 november 2017.
[de minderjarige] verblijft in [gesloten accommodatie] te [plaats] .

Het verzoek

De GI heeft, namens het college van de gemeente [plaats] , een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden.
De moeder stemt in met het verblijf van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie.

Het standpunt van verzoeker

[de minderjarige] verblijft sinds november 2014 binnen [gesloten accommodatie] . Hij gedijt daar goed en profiteert van de structuur en de veiligheid die hem daar geboden wordt. Op dit moment is er overeenstemming over het lange termijn perspectief van [de minderjarige] , het ontbreekt echter aan een plaatsingsmogelijkheid. [de minderjarige] staat op de wachtlijst voor plaatsing in de [woonvoorziening] , een [woonvoorziening] . Continuering van de tot nu toe ingezette zorg en behandeling in [gesloten accommodatie] , ter overbrugging naar de plaatsing in [woonvoorziening] is voor [de minderjarige] noodzakelijk om een terugval in zijn gedrag en ontwikkeling te voorkomen. Tot er plaats is bij de [woonvoorziening] blijft de bekendheid, het vertrouwen en de voorspelbaarheid van de gesloten plaatsing bij [gesloten accommodatie] noodzakelijk, aldus verzoeker
Ter zitting heeft de GI desgevraagd verklaard dat [de minderjarige] klaar is met zijn behandeling binnen [gesloten accommodatie] , maar dat er (nog) geen plaats voor hem is bij [woonvoorziening] . Overbruggen naar de plaatsing op [woonvoorziening] op een ander plek dan binnen [gesloten accommodatie] zal zijn ontwikkeling schaden. Het verzoek om verlening van een machtiging voor plaatsing binnen gesloten jeugdhulp is gedaan omdat er geen vervolgplek is, aldus de GI. [de minderjarige] staat nummer zeven op de wachtlijst en er is bijna geen doorstroom. [woonvoorziening] heeft aangegeven dat het misschien wel pas eind 2018 kan gaan worden voordat [de minderjarige] daar kan gaan wonen. De GI is van mening dat [de minderjarige] op oneigenlijke grond bij [gesloten accommodatie] verblijft. Het is echter wel een plek waar [de minderjarige] zich veilig voelt en daar heeft hij recht op.

Het standpunt van belanghebbenden

[de minderjarige] heeft, al dan niet bij monde van zijn raadsman, ter zitting aangegeven dat hij naar [woonvoorziening] gaat. Hij hoopt dat dit snel gaat gebeuren, hij verblijft al veel te lang in het [gesloten accommodatie] . Hij is toe aan een vervolgstap. Zodra er plek is, wil hij weg. Het begint in het [gesloten accommodatie] echt vervelend te worden.
De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij achter het verzochte staat. Zij is van mening dat [de minderjarige] moet doorstromen, maar dat dit wel zorgvuldig moet worden aangepakt. Hij moet goed voorbereid de maatschappij in kunnen gaan.
De gedragsdeskundige heeft ter zitting aangegeven dat zij schrikt van de lange wachttijd bij [woonvoorziening] . [de minderjarige] moet vanuit het [gesloten accommodatie] doorstromen naar een goede plek. Er moet iets voor hem gebeuren. Op een gegeven moment wordt het te schadelijk voor een kind om te lang bij [gesloten accommodatie] te verblijven. [de minderjarige] heeft zijn therapieën afgerond, hij is klaar voor de volgende stap.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
[de minderjarige] verblijft al sinds november 2014 binnen [gesloten accommodatie] en uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat hij toe is aan een vervolgstap. Er is een geschikte vervolgplek voor hem gevonden waar hij ook is aangemeld. Het is echter nog niet duidelijk op welke termijn [de minderjarige] hier geplaatst kan worden. De kinderrechter acht het van belang voor [de minderjarige] dat zijn plaatsing binnen [gesloten accommodatie] gewaarborgd blijft tot er een plek vrijkomt bij [woonvoorziening] (of een andere geschikte plaats). Plaatsing in een andere open setting ter overbrugging naar [woonvoorziening] , acht de kinderrechter niet in het belang van [de minderjarige] . Binnen het [gesloten accommodatie] kan [de minderjarige] blijven profiteren van de structuur, duidelijkheid en de vertrouwdheid die hem geboden wordt en die hij ook nodig heeft. Tevens is het van belang dat de overplaatsing naar een nieuwe woonvoorziening zorgvuldig vanuit en door [gesloten accommodatie] wordt begeleid. Op grond van het voorafgaande zal de kinderrechter het verzoek toewijzen. Ten overvloede overweegt de kinderrechter het navolgende.
De kinderrechter stelt in deze zaak vast dat [de minderjarige] , zijn ouders, de GI en het behandelteam van [gesloten accommodatie] hard aanlopen tegen de problematiek van wachtlijsten in de jeugdhulp. [de minderjarige] is al geruime tijd toe aan begeleiding en behandeling die in het verlengde ligt van de behandeling die [gesloten accommodatie] geboden heeft. Een langer verblijf van [de minderjarige] in [gesloten accommodatie] kan zijn verdere ontwikkeling naar volwassenheid vanwege gewenning en hospitalisering tegen gaan werken. [de minderjarige] dient gemotiveerd te blijven en gestimuleerd te worden om zich te ontwikkelen tot een volwassene die naar vermogen kan deelnemen aan de samenleving. Dit is een fundamenteel recht dat [de minderjarige] heeft, welk recht onder meer is vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. De overheid, in dit geval de gemeente [plaats] , dient alle mogelijke maatregelen te treffen om de rechten van [de minderjarige] te realiseren. Het ligt in deze zaak uitdrukkelijk op de weg van de gemeente om ten behoeve van [de minderjarige] zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen drie maanden, de benodigde maatregelen te treffen ter voorzetting van de benodigde jeugdhulp.

De beslissing

De kinderrechter:
- verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 19 november 2017 tot uiterlijk 19 februari 2018 betreffende de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] .
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.C. Zentveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2017.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam