ECLI:NL:RBNHO:2017:98
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de crisisheffing en grondslag bonussen in loonbelasting
Eiseres, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de afdracht van de crisisheffing over maart 2014, welke door haar was aangegeven en betaald. De kern van het geschil betrof de vraag of de crisisheffing een wettelijke basis heeft, of deze in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en het gelijkheidsbeginsel, en of bonussen en bijzondere beloningen die in 2013 werden uitbetaald, maar betrekking hadden op werkzaamheden van voorgaande jaren, tot de grondslag van de crisisheffing behoren.
De rechtbank bevestigt dat de crisisheffing een voldoende wettelijke basis heeft, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad van 29 januari 2016. De heffing is niet in strijd met het EVRM, aangezien deze een legitiem doel dient en binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt. Er is geen sprake van een individuele en buitensporige last, omdat eiseres geen feiten heeft aangevoerd die dit aannemelijk maken.
Verder oordeelt de rechtbank dat de bonussen en bijzondere beloningen die betrekking hebben op een specifiek tijdvak en waarvoor in 2013 belasting is geheven, tot de grondslag van de crisisheffing behoren. Het standpunt van eiseres dat deze beloningen niet tot de grondslag zouden behoren omdat ze betrekking hebben op eerdere jaren, wordt verworpen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het bezwaar af.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisisheffing wordt ongegrond verklaard en de afdracht bevestigd.