ECLI:NL:HR:2000:AA6257
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.H. Beukenhorst
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat VUT-uitkeringen geen loon uit dienstbetrekking vormen
In deze zaak heeft het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen aanvullende premies vastgesteld over het jaar 1993 ten laste van belanghebbende, X B.V., naar aanleiding van uitgekeerde VUT-saldi na liquidatie van een VUT-stichting.
Belanghebbende voerde aan dat deze uitkeringen niet als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking moesten worden aangemerkt, maar als loon uit vroegere dienstbetrekking. Zowel de Rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verwierpen dit standpunt en oordeelden dat de uitkeringen niet direct verband hielden met specifieke arbeid in een bepaald tijdvak, maar een meer algemene oorzaak hadden in eerder verrichte arbeid.
De Hoge Raad bevestigde deze interpretatie en verwierp het cassatieberoep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de uitkeringen niet als afkoopsommen van opgebouwde VUT-rechten konden worden beschouwd. Hierdoor was het niet relevant of de aanspraken in het verleden al dan niet waren belast.
De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en wees het beroep in cassatie af, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de VUT-uitkeringen geen loon uit dienstbetrekking vormen voor aanvullende premieheffing.