Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2018 in de zaak tussen
[X ] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Apeldoorn, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
op de vaste woonplaats [G] aangemeld zijn”.Het document is namens de burgemeester van [G] opgesteld.
op de vaste woonplaats [G] aangemeld zijn”. Het document is gedagtekend op 28 maart 2018. Uit dit document blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet dat eiser (al dan niet met zijn gezin) al eerder in het gemeenteregister stond aangemeld, laat staan dat hij toen op de vaste woonplaats [G] woonde. Evenmin valt uit het document af te leiden welke andere persoonlijke bindingen eiser met Slowakije heeft. Eisers stelling dat zijn vrouw en kinderen thans op voornoemd adres wonen en dat zijn vrouw sinds twee en half jaar op dit adres woont, maakt dit niet anders. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat hij zijn hoofdverblijf ten tijde van belang niet in Nederland had.
endat hij het motorrijtuig tegelijkertijd verhuurde aan de in Slowakije gevestigd persoon. Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terechte twijfels geuit over de geloofwaardigheid van de juistheid van de ‘lease overeenkomst’ en het gebruik van het motorrijtuig. Dat het motorrijtuig eiser gedurende een gedeelte van het naheffingstijdvak niet ter beschikking heeft gestaan, is gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet gebleken. Dat eiser gedurende zijn verblijf in Nederland voor het reizen vanaf de vestigingslocatie van zijn werkgever naar een bouwlocatie elders geen gebruik maakt van het motorrijtuig, maar van een bedrijfsbus, zoals de heer Langeberg ter zitting heeft bevestigd doet – wat daar ook van zij – aan het voorgaande niets af.