ECLI:NL:RBNHO:2018:10036
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting bij Nederlands hoofdverblijf en buitenlands kenteken
Eiser, die deels in het Verenigd Koninkrijk en deels in Nederland woont, werd een naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting opgelegd omdat hij met een Brits kenteken in Nederland reed terwijl hij in de Nederlandse Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn hoofdverblijf in Nederland heeft, mede gelet op zijn inschrijving in de BRP, het bezit van een woning in Nederland en zijn onderneming gericht op Nederlandse klanten. De naheffingsaanslag en boete zijn terecht opgelegd omdat het motorrijtuig feitelijk in Nederland ter beschikking stond.
Eisers beroep op dubbele belasting en het vertrouwensbeginsel faalde, aangezien de belastingheffing in het Verenigd Koninkrijk betrekking heeft op een ander belastbaar feit en er geen expliciete toezegging was gedaan door de controleur. Ook zijn onwetendheid over de Wet MRB en financiële situatie leiden niet tot kwijtschelding.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag en boete terecht zijn opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting.