ECLI:NL:RBNHO:2018:10845
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken verklaring minnelijk traject
Schuldenaar verzocht bij de rechtbank Noord-Holland om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 285 lid 1 onder Pro f jo artikel 288 lid 2 onder Pro b Faillissementswet een met redenen omklede verklaring vereist is dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Deze verklaring ontbrak in het verzoek.
Schuldenaar had zich gemeld bij de gemeente voor schuldhulp, maar zijn verzoek werd niet in behandeling genomen. Vervolgens wendde hij zich tot een gemachtigde advocaat, die ook geen verklaring overlegde. De rechtbank oordeelde dat het minnelijk traject niet is doorlopen zoals wettelijk vereist, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank verwierp het standpunt van de gemachtigde dat de weigering van de gemeente gelijk zou staan aan het mislukken van het minnelijk traject. De wettelijke eisen laten dit niet toe. Het vonnis werd gewezen door mr. K. van Dijk op 11 december 2018. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken verklaring minnelijk traject.