Eiseres werd sinds 2008 als leraar in dienst genomen bij Stichting Spaarnesant en had vanaf het begin problemen met samenwerking en communicatie met collega’s en leidinggevenden. Ondanks verschillende overplaatsingen, coachingstrajecten en een vaste aanstelling, bleef de arbeidsrelatie ernstig verstoord. Na een arbeidspsychologisch onderzoek werd geconcludeerd dat het conflict onoplosbaar was en dat eiseres een overwegend aandeel had in het voortbestaan hiervan.
Verweerder verleende ontslag per 1 december 2013 op grond van andere redenen van gewichtige aard, waarbij een outplacementtraject werd aangeboden. Eiseres voerde aan dat zij geen eerlijke kans had gekregen en dat verweerder onvoldoende had gedaan om de situatie te verbeteren. De rechtbank oordeelde dat het ontslag gegrond was omdat de arbeidsrelatie onherstelbaar verstoord was en dat verweerder in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik had gemaakt.
De rechtbank wees het verzoek van eiseres om een ontslagvergoeding af, omdat niet verweerder maar eiseres zelf het overwegende aandeel had in het ontstaan en voortbestaan van het conflict. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.500,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 1.852,- door verweerder en € 648,- door de Staat der Nederlanden betaald moet worden.
De rechtbank veroordeelde daarnaast verweerder en de Staat der Nederlanden in de proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.