Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 187.396,31en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van veroordeelde en haar raadsvrouw
€ 11.718,97 +
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 39.407,97(€ 44.407,97 minus € 5.000,-).
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 39.407,97(zegge: negen en dertig duizend vier honderd zeven euro en zeven en negentig cent).
€ 39.407,97ter ontneming van door haar wederrechtelijk verkregen voordeel.