De Stichting Hells Angels Haarlem verzocht de burgemeester van Haarlem om opheffing van de sluiting van hun clubhuis, welke voor onbepaalde tijd was gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege ernstige verstoring van de openbare orde door criminele activiteiten.
De burgemeester wees dit verzoek af, stellende dat het herstel van de openbare orde ten minste twee jaar zal duren en dat binnen deze termijn geen aanleiding bestaat om de sluiting op te heffen. De rechtbank toetste dit besluit terughoudend en oordeelde dat de burgemeester in redelijkheid het verzoek mocht afwijzen, mede omdat het clubhuis een centrale rol speelt in criminele activiteiten en de leden strafrechtelijk worden vervolgd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. Het beroep werd gegrond verklaard, maar de sluiting blijft gehandhaafd.