Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 februari 2018 in de zaak tussen
de besloten vennootschap EKB Groep B.V., te Beverwijk, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
concretegeval. Zo kan de werkgever weliswaar een risico-inventarisatie hebben gehouden, maar als de risico’s slechts in algemene bewoordingen zijn omschreven (zoals in de onderhavige risico inventarisatie het geval was) en niet nader is geduid dat (ook tijdelijke geplaatste) kasten stabiel moeten staan én gezekerd moeten worden, draagt een dergelijke inventarisatie feitelijk weinig bij aan het voorkomen van het omvallen van de kast in kwestie. Datzelfde geldt voor de aanstelling van een toezichthouder die kennelijk heeft geaccepteerd dat de kast in kwestie enige weken lang zonder zekering in de werkplaats heeft gestaan. Dan kan niet gesproken worden van
adequaattoezicht in dit specifieke geval. Verder is gesteld noch gebleken dat het slachtoffer tijdens cursussen en/of nadien bij wijze van aparte instructie op de werkvloer, gewezen is op de noodzaak van het stabiel plaatsen én zekeren van (ook tijdelijk geplaatste) kasten.
Beslissing
mr. A.C. Terwiel-Kuneman, leden, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2018.