Op 29 oktober 2016 ontstond een fysieke confrontatie te Schagen waarbij verdachte een vuistslag gaf aan aangever, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel zoals een gebroken oogkas en schedelbasisfractuur.
De rechtbank stelde vast dat verdachte werd aangevallen door meerdere personen en dat hij geen redelijke mogelijkheid had zich te onttrekken. De verdediging voerde aan dat verdachte handelde uit noodweer, noodweerexces of putatief noodweer.
De rechtbank oordeelde dat aan de vereisten van noodweer was voldaan: er was sprake van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding en de verdediging was noodzakelijk en proportioneel. Hierdoor vervalt de wederrechtelijkheid van het feit.
De rechtbank sprak verdachte vrij van mishandeling en wees de schadevordering van de benadeelde partij af wegens gebrek aan bewijs.