Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 maart 2018 in de zaak tussen
[X] B.V. te [Z] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar, verweerder.
de Staat der Nederlanden, de Minister voor rechtsbescherming, de Minister.
Procesverloop
Overwegingen
In geschil is de waarde van de onroerende zaak. Daarbij zijn partijen verdeeld over de vraag of de waarde van de onroerende zaak moet worden bepaald op de bedrijfswaarde, zoals eiseres bepleit, dan wel op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, zoals verweerder voorstaat.
€ 1.583 en de Minister tot 5/24ste deel van € 2.000 = € 417.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot betaling van een vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 1.583;
- veroordeelt de Minister tot betaling van een vergoeding van immateriële schade aan eiseres tot een bedrag van € 417;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 501;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres te vergoeden.