Eiser is eigenaar van een perceel dat sinds 2009 onder het bestemmingsplan ‘Bergen, Dorpskern Zuid’ valt, dat beperkingen oplegt ten opzichte van het oude bestemmingsplan uit 1937. Eiser vordert een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van zijn woning door deze planologische wijziging. De gemeente heeft het verzoek afgewezen op basis van een advies van Ten Have Advies, dat stelde dat het planologisch voordeel van beperkingen op naburige percelen het nadeel op het eigen perceel overstijgt.
De rechtbank oordeelt dat de commissie voor bezwaar het advies van Ten Have niet slechts marginaal heeft getoetst en dat Ten Have als deskundige kan worden beschouwd. Echter, de rechtbank constateert dat de planvergelijking van Ten Have onjuist was doordat zij ten onrechte aannam dat vrijstaande bijgebouwen onder het oude bestemmingsplan niet waren toegestaan. Ook is de waardebepaling van Ten Have onvoldoende onderbouwd en controleerbaar, met name de conclusie dat het planologisch voordeel het nadeel overstijgt.
De door eiser ingediende contra-expertises tonen aan dat er sprake is van een planologisch nadeel en een forse waardevermindering. De rechtbank wijst echter het voorstel van eiser om zelf in de zaak te voorzien af, omdat de taxatie onvoldoende rekening houdt met planmaximalisatie onder het oude bestemmingsplan. De rechtbank beveelt de gemeente aan een nieuw besluit te nemen op basis van een nieuwe, zorgvuldige taxatie en benadrukt dat eiser medewerking moet verlenen aan de taxatie.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de gemeente in de proceskosten en draagt zij op het betaalde griffierecht te vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.