Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND voorlopige voorziening
Stichting Ymere,
Rechtbank Noord-Holland
De schuldenaar verzocht op 4 april 2018 om een voorlopige voorziening ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro (Fw) om ontruiming van zijn woning te voorkomen. Deze werd aanvankelijk toegekend onder de voorwaarde dat de huurbetalingen tijdig voldaan zouden worden.
Bij vonnis van 29 mei 2018 werd het moratoriumverzoek ex artikel 287b lid 1 Fw afgewezen vanwege het niet voldoen aan de gestelde voorwaarden, waaronder het niet tijdig betalen van de huur. Vervolgens verzocht de schuldenaar op 1 juni 2018 opnieuw om een voorlopige voorziening om een aangekondigde ontruiming tegen te gaan.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar onvoldoende voortvarend was geweest in het starten van een minnelijk traject en het voldoen aan betalingsverplichtingen. Ondanks dat de schuldenaar onder bewind is gesteld en de beslagvrije voet is herberekend, was de huur over mei niet tijdig betaald. Gezien het slechte betalingsgedrag sinds 2013 en eerdere ontbinding van de huurovereenkomst, weegt het belang van de verhuurder zwaarder. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen ontruiming wordt afgewezen wegens niet-naleving van betalingsvoorwaarden en onvoldoende voortvarendheid.