Eiseres ontving al vijftien jaar huishoudelijke hulp vanwege kwetsbaarheid en gebrek aan netwerk. Na een huisbezoek in november 2015 kende het college een maatwerkvoorziening toe in natura, zonder tijdsindicatie, maar met een ondersteuningsovereenkomst waarin taken en frequenties werden beschreven.
Eiseres stelde dat de afspraken onvoldoende specifiek waren en dat de uitvoering tekortschiet, omdat de hulp onvoldoende tijd besteedt aan schoonmaak, wat zij zelf deels moet compenseren. Verweerder baseerde zich op de Verordening Sociaal Domein Haarlemmermeer 2015, waarbij indicering op resultaat plaatsvindt en niet op uren.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het resultaatgericht indiceren is toegestaan, in dit geval de ondersteuningsovereenkomst zonder tijdsindicatie onvoldoende is om de compensatieplicht te waarborgen. Uit verklaringen blijkt dat de feitelijke hulp aanzienlijk minder tijd beslaat dan nodig is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij zij een maatwerkvoorziening van 3 uur per week toekent, aansluitend bij het door verweerder ingeschatte benodigde aantal uren.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en kan binnen zes weken worden bestreden bij de Centrale Raad van Beroep.