ECLI:NL:CRVB:2016:1491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over toekenning huishoudelijke verzorging in resultaatsgebieden onder Wmo
Betrokkene, geboren in 1940, heeft lichamelijke beperkingen die haar belemmeren bij huishoudelijke taken. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende haar huishoudelijke hulp toe in resultaatsgebieden, met een budget dat volgens betrokkene onvoldoende was om haar beperkingen te compenseren.
De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit van het college en kende betrokkene 2 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week toe, omdat de systematiek van toekenning in resultaatsgebieden geen duidelijke maatstaf bood en onvoldoende zekerheid gaf dat de compensatie daadwerkelijk werd gerealiseerd.
Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat de toekenning in resultaatsgebieden voldoende handvatten biedt en aansluit bij de behoeften van betrokkene. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het college onvoldoende concreetheid bood over de wijze van uitvoering en dat het bestreden besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en de Awb.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college in de proceskosten van betrokkene. De uitspraak benadrukt het belang van maatwerk en concrete invulling van compensatie bij huishoudelijke verzorging onder de Wmo.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en kent betrokkene 2 uur en 45 minuten huishoudelijke hulp per week toe.