Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 januari 2018 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z 1] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
$ 300.000.000 en $ 150.000.000 aan gelden heeft vergaard. Deze gelden heeft eiseres vervolgens, onder meer, aangewend voor het verstrekken van rentedragende leningen aan [A BEDRIJF] en aan andere ondernemingen die deel uitmaken van de [A BEDRIJF] -groep (groepsondernemingen) en gevestigd zijn buiten de EU.
€ 8.467.520.
€ 798.293 heeft betrekking op kosten die door [A BEDRIJF] in rekening zijn gebracht. Dit betreft twee facturen van respectievelijk 15 november 2012 en 31 december 2012. Een bedrag van € 120.049 ziet op kosten die in rekening zijn gebracht door [A BANK] ( [A BANK] ) op een factuur met dagtekening 20 november 2012. Verder is aan eiseres door in Nederland gevestigde ondernemingen in 2012 een bedrag van € 12.150 aan omzetbelasting gefactureerd.
31 december 2012 is een bedrag vermeld van € 117.751,94.
€ 79.806
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- vermindert de boetebeschikking wegens overschrijding van de redelijk termijn naar een bedrag van € 4.428.
mr. dr. M.M.W.D. Merkx, leden, in aanwezigheid van mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2018.