Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 september 2017
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van 1 november 2017
- het tussenvonnis van 15 november 2017
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging van eis van 16 mei 2018
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 16 mei 2018 (met pleitnotities van beide partijen).
2.De feiten
“(…)In aanmerking nemende dat:
- de hypothecaire rekening-courantschuld maximaal € 1.250.000,- (…) mag bedragen;
- partijen de voorwaarden waaronder de lening is aangegaan schriftelijk wensen vast te leggen.
“Verlenging akte van geldlening
- schuldenaar en schuldeiser op 1 december 2001 een akte van lening zijn aangegaan volgens bijlage;
- de looptijd van genoemde lening op 1 december 2011 is geëindigd;
- partijen wensen de lening te verlengen voor een periode van 10 jaar
- de voorwaarden ongewijzigd blijven met uitzondering van voorwaarde 2
- dat de tekst van voorwaarde 2 als volgt wordt gewijzigd:
Over het opgenomen en niet afgeloste deel van de gemelde hoofdsom is met ingang van 1 januari 2012 een rente verschuldigd van (…) 5,75% per jaar. (…) Het rente percentage kan maandelijks worden aangepast gedurende de looptijd van de lening. (…)”
3.De vordering in conventie
4.De vordering in reconventie
“aan de schuldenaar zijn de volgende bedragen verschuldigd: 900.000 euro”.
“dat voorts, wat betreft den schuldeiser van de in beslag genomen vordering (in dit geval [Beheer] , opm Rb.), diens belang om dit vermogensbestanddeel voor onbepaalden tijd aan verhaal te kunnen onttrekken in rechte geen bescherming verdient.”
6.198,00(2,0 punt × tarief € 3.099,-)
271,50(1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 543,-)