ECLI:NL:RBNHO:2018:5877
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag 2009 en instandhouding navorderingsaanslag 2010 met vergrijpboete
Eiser exploiteerde een autorijschool en kreeg navorderingsaanslagen voor de jaren 2009 en 2010 opgelegd door verweerder. Voor 2009 werd bezwaar te laat ingediend, waardoor dit bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Voor 2010 handhaafde de rechtbank de aanslagen en de opgelegde vergrijpboete.
Verweerder had de omzet gecorrigeerd op basis van een theoretische berekening, waarbij eiser zijn administratieplicht niet had nageleefd, onder meer door het ontbreken van een kasadministratie en het niet bewaren van agenda’s. De informatiebeschikking op grond van artikel 52a AWR leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast, waarvan eiser niet was geslaagd.
De rechtbank oordeelde dat de schatting van verweerder redelijk was en dat eiser grove schuld had aan het niet volledig aangeven van de omzet, wat de vergrijpboete rechtvaardigde. Het beroep tegen de aanslagen 2010 werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen 2009 gegrond werd verklaard vanwege niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Bezwaar navorderingsaanslag 2009 niet-ontvankelijk verklaard, navorderingsaanslag en boete 2010 gehandhaafd.