ECLI:NL:RBNHO:2018:589
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit en toekenning voorlopige voorziening individuele begeleiding Wmo
Eiser, met een indicatie voor beschermd wonen onder de AWBZ, kreeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend van 6 uur begeleiding per week, aanzienlijk lager dan het eerdere budget van circa 30 uur. Eiser stelde dat het overgangsrecht voor beschermd wonen niet correct was toegepast en dat de omvang van de toegekende begeleiding onvoldoende was gemotiveerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 8.4 Wmo niet van toepassing was omdat eiser geen zorg in natura ontving, maar een pgb. Het overgangsrecht voor pgb's liep derhalve eind 2015 af, en de coulance van verweerder om dit met een jaar te verlengen was niet onjuist. Het beroep op een eerdere uitspraak van de rechtbank Overijssel werd verworpen.
Verder concludeerde de voorzieningenrechter dat de rapportage van Argonaut onvoldoende inzicht gaf in de benodigde zorgbehoefte en dat het besluit niet inzichtelijk maakte hoe het aantal toegekende uren was vastgesteld. Ook was onvoldoende onderzocht of mantelzorg uit het eigen netwerk mogelijk was, terwijl mantelzorg niet verplicht kan worden. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
Als voorlopige voorziening werd het primaire besluit geschorst en werd eiser gedurende de periode tot zes weken na het nieuwe besluit op bezwaar in ieder geval 30 uur individuele begeleiding per week toegekend. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en eiser krijgt een voorlopige voorziening van 30 uur individuele begeleiding per week toegekend.