Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
met als onderwerp:A
anvullend bericht inzake sectienummer [nummer 1] , betreffende [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum](forensisch dossier pagina 177), inhoudende onder meer:
, 18 en 20), inhoudende onder meer:
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 30 november 2017, waaruit blijkt dat verdachte nooit eerder terzake van enig strafbaar feit is veroordeeld of als verdachte is geregistreerd;
- de over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapporten, gedateerd 11 januari 2018 en 11 juni 2018 en opgesteld door [onderzoekster] en [onderzoekster] , beiden als raadsonderzoekster verbonden aan de Raad voor de Kinderbescherming;
- het psychiatrisch Pro Justitia rapport, gedateerd 14 oktober 2017, van kinder- en jeugdpsychiater dr. N. Duits;
- het psychologisch Pro Justitia rapport, gedateerd 25 oktober 2017, van GZ-psycholoog drs. T. Smits;
- het psychologisch onderzoeksrapport, gedateerd 30 december 2017, van klinisch psycholoog prof. drs. J.J.L. Derksen en NIP psycholoog S.P.M. Pas, MSc;
- het klinisch multidisciplinair onderzoeksrapport Pro Justitia (hierna: het ForCA-rapport), gedateerd 25 mei 2018, van kinder- en jeugdpsychiater drs. D. Matser en GZ-psycholoog drs. M. Hulshof;
- het briefrapport van kinder- en jeugdpsychiater dr. N. Duits, gedateerd 11 juni 2018.
psychiatrisch rapport van dr. Duitsvan 14 oktober 2017 houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
psychologisch rapport van drs. Smitsvan 25 oktober 2017 houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
ForCA-rapportvan 25 mei 2018 houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.
dr. Duits in zijn briefrapportvan 11 juni 2018 zijn conclusies en advies en stelt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende.
Raad voor de Kinderbeschermingheeft in zijn rapport van 11 januari 2018 onder meer oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd. In het rapport van 11 juni 2018 is aangesloten bij het ForCA-advies tot oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
[persoon 11]gestelde materiële schade bestaat uit:
[persoon 12]gestelde materiële schade bestaat uit:
[persoon 13]tot vergoeding van shockschade zal in zoverre dan ook worden toegewezen en voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
twaalf maanden.
- 1.00 stk Vlindermes Kl:zilver, 750199;
- 1.00 stk Vlindermes Kl:zwart, 750180.
[persoon 11]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 694,18, bestaande uit:
- kosten urn € 120,-;
- kosten overlijdensadvertentie € 238,13;
- reiskosten strafzaak in eerste aanleg € 336,05,
[persoon 12]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 4.580,93, bestaande uit:
- kosten bloemen uitvaart € 153,70;
- begrafeniskosten € 2.329,10;
- kosten kapper en haarstukken € 286,50;
- reiskoten strafzaak in eerste aanleg € 298,43;
- kosten kleding uitvaart € 279,85;
- kosten rouwverwerking boek € 14,-;
- kosten herdenkingsdiner € 1.219,35;
[persoon 13]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 15.000,-, bestaande uit shockschade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 april 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [persoon 13] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.