Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2018 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
1 februari 2018 terecht heeft beëindigd.
vakantiebestedingsbedrijf zijn. Zoals hiervoor geoordeeld is niet aannemelijk dat de dochter een dergelijk bedrijf heeft. Dat het park als geheel als een onderneming in de zin van de Wet op de omzetbelasting is aan te merken, heeft verweerder ook onvoldoende onderbouwd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- vernietigt de beschikking en de voorschotbeschikking;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden.
R. van der Vecht, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2018.