ECLI:NL:RBNHO:2018:8839
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctheid en bewijslast bij belastingaanslag en administratieplicht
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (ib/pvv) over het jaar 2010. De inspecteur had de aanslag vastgesteld op een verzamelinkomen van €120.000, later verminderd tot €102.948 na bezwaar. Tijdens een boekenonderzoek bleek dat de administratie van eiser niet voldeed aan redelijke eisen en dat een groot deel van de kosten niet aannemelijk was gemaakt.
Eiser voerde aan dat slechts een deel van de correcties terecht was, terwijl verweerder stelde dat de administratie tekortschiet en verwees naar een onherroepelijk strafvonnis wegens opzettelijk onjuiste aangiften. De rechtbank concludeerde dat eiser niet de vereiste aangifte had gedaan en dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard moest worden. De belastbare winst was naar redelijkheid vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de administratie niet voldeed aan de bewaarplicht, met ontbrekende facturen en onduidelijke kasadministratie. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van €28.275 zakelijke kosten betroffen. De heffingsrente was terecht in rekening gebracht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2010 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.