ECLI:NL:RBNHO:2018:9613
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over ontvankelijkheid en intrekking van beroepen na faillissement dividendbelasting
Eiseres, een houdstervennootschap in faillissement, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen dividendbelasting en een vergrijpboete. Zowel de curator als de bestuurder en enig aandeelhouder ([C]) dienden afzonderlijke beroepen in tegen deze aanslagen. De curator stelde pro forma beroep in en wilde de procedures overnemen en direct intrekken, wat door de bestuurder werd betwist.
De rechtbank onderzocht of de curator bevoegd was de beroepen over te nemen en of de intrekking rechtsgeldig was. Uit jurisprudentie en toepasselijke wetgeving volgt dat naast de curator ook de bestuurder als direct belanghebbende bevoegd is beroep in te stellen na faillissement. De curator heeft het pro forma beroep rechtsgeldig ingetrokken, maar de rechtbank oordeelde dat de curator de beroepen van [C] niet heeft overgenomen en de intrekking van die beroepen niet rechtsgeldig is.
De rechtbank verwierp het verzoek van verweerder om ontslag van instantie, omdat het belang van eiseres bij voortzetting van de procedure zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij beëindiging. De beroepen van de bestuurder worden voortgezet, terwijl het beroep van de curator niet-ontvankelijk wordt verklaard. De procedure wordt voortgezet onder dezelfde zaaknummers met toevoeging “bis”.
Uitkomst: De curator is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van de bestuurder worden voortgezet; het verzoek om ontslag van instantie is afgewezen.