ECLI:NL:GHARN:2009:BK1106
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontvankelijkheid van beroep na faillissement rechtspersoon
Belanghebbende, een B.V. die failliet werd verklaard, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over 2001-2004. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar. Namens belanghebbende stelde A, bestuurder van de Stichting die de B.V. bestuurde, beroep in bij de rechtbank, die dit beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat alleen de curator bevoegd zou zijn.
In hoger beroep stelde het Gerechtshof Arnhem vast dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Het Hof volgde de Hoge Raad in de uitleg dat bestuurders die direct belang hebben bij de vereffening bezwaar en beroep kunnen instellen voordat de vereffening is geëindigd. De aanslag was opgelegd voordat het faillissement plaatsvond en de vereffening was nog niet geëindigd.
Het Hof oordeelde dat de aanslag geen rechtsvordering betreft die tot de failliete boedel behoort, zodat artikel 25 Faillissementswet Pro niet van toepassing is op het instellen van bezwaar en beroep door bestuurders. Ook stelde het Hof dat het beroep niet zinloos is omdat het een nadere vaststelling betreft van de verschuldigde belasting over het belastingplichtige jaar.
Het Hof vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur tot proceskostenvergoeding aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep is ontvankelijk en gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.