ECLI:NL:RBNHO:2019:10067
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Pensioenaanspraak overgenomen door BV met negatief eigen vermogen leidt tot verboden afkoop
Eiser heeft in 2014 een pensioenaanspraak overgenomen van een externe verzekeraar door middel van zijn BV, die op dat moment een negatief eigen vermogen had en verlies leed. De BV ontving liquide middelen voor de overname, die deels werden gebruikt om schulden aan eiser af te lossen. De rechtbank concludeert dat hierdoor sprake is van een afkoop van de pensioenaanspraak, wat verboden is volgens artikel 19b van de Wet op de loonbelasting 1964.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarin het bedrag van de pensioenaanspraak als loon uit vroegere dienstbetrekking werd belast, inclusief revisierente. Eiser betwistte dit en voerde aan dat er geen sprake was van afkoop omdat de pensioenverplichting niet verloren was en dat er eventueel negatief pensioeninkomen in aanmerking genomen moest worden. Ook stelde eiser dat sprake was van een terbeschikkingstellingsvordering die afgewaardeerd kon worden.
De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat de BV ten tijde van de overname een aanzienlijk negatief eigen vermogen had en dat de verkregen liquide middelen deels werden gebruikt om de schuld aan eiser af te lossen. Hierdoor ontstond direct een onderdekking en was de pensioenaanspraak feitelijk afgekocht. Negatief pensioeninkomen kan fiscaal niet worden meegenomen en de vordering van eiser op de BV betreft een informele kapitaalstorting en geen terbeschikkingstellingsvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de navorderingsaanslag inclusief revisierente. Er werden geen proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland op 17 oktober 2019.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de pensioenaanspraak als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt belast met toepassing van revisierente.