Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
voorhandenheeft gehad, zoals hem onder 9 ten laste is gelegd. Verdachte erkent dat hij dat pistool een keer heeft vastgehouden, echter dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van het voorhanden hebben van dat wapen.
Voor het geval dat de rechtbank het niet op voorhand aannemelijk zou achten dat de haar niet van verdachte afkomstig is, heeft de raadsman verzocht om alsnog DNA-onderzoek te laten verrichten naar deze haar.
De rechtbank zal daarom de bewijsmiddelen, welke zijn gebezigd bij de feiten 3, 4 en 8, voor zover van toepassing ook gebruiken bij de bewijsconstructie die ten grondslag ligt aan de bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 5 en 6.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslissing omtrent het beslag
8.Vorderingen benadeelde partij en oplegging schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.
[benadeelde 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.550,-(vijfentwintighonderdvijftig euro), bestaande uit vergoeding voor materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
35 (vijfendertig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van deze vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.
[benadeelde 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.040,-(tweeduizendveertig euro), bestaande uit vergoeding voor materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan de benadeelde partij, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
30 (dertig) dagenhechtenis, met dien verstande dat toepassing van deze vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.