Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
- mr. A. Sennef, advocaat te Utrecht (opvolger van mr. Gonesh), en mr. Evertsz, voornoemd, als advocaat-gemachtigden van de Centrale Bank van Suriname ;
- mr. Verbruggen en mr. Dorant, beiden voornoemd, als advocaat-gemachtigden van de [bank 1] ;
- mr. De Bree en mr. Sijbers, beiden voornoemd, als advocaat-gemachtigden van [bank 2] en de [bank 3] .
2.Stukken
- de door de officieren van justitie overgelegde stukken uit het onderzoek JUNO, bestaande uit ambtshandelingen, documenten en kennisgevingen van inbeslagneming;
- het klaagschrift van 28 juni 2019 (met twaalf bijlagen);
- de reactie van het Openbaar Ministerie op het klaagschrift (met vier bijlagen), ingezonden op 1 november 2019 en voorgedragen in raadkamer op 5 november 2019;
- de toelichting op het klaagschrift (met zeven bijlagen), voorgedragen in raadkamer van
“Zekerheidstelling door bankgarantie”.
“Stortingen handelsbanken”.
3.Feiten en omstandigheden
- ‘Money Laundering Through the Physical Transportation of Cash’(FATF, oktober 2015) en
- ‘Why is cash still king? A strategic report on the use of cash by criminal groups as a facilitator for money laundering’(Europol, 2015).
“shipper”vermeld: Centrale Bank van Suriname .
- 12 plastic zakken inhoudende vermoedelijk geld voorzien van seals ( [bank 1] );
- 7 plastic zakken inhoudende vermoedelijk geld voorzien van seals ( [bank 2] );
- 5 plastic zakken inhoudende vermoedelijk geld voorzien van seals ( [bank 3] ).
4.Standpunt officieren van justitie
“Cambio’s”(wisselkantoren). Een groot deel van de gelden zou afkomstig zijn van deze Cambio’s. Op grond van de verkregen informatie zou wat betreft de [bank 1] € 9.352.893, wat betreft [bank 2] € 1.181.786 en wat betreft de [bank 3] € 1.550.000 van de inbeslaggenomen gelden van de Cambio’s afkomstig zijn. De officieren van justitie plaatsen, kort gezegd, de nodige vraagtekens bij de herkomst van die gelden. Verder is een deel van de gelden van de handelsbanken afkomstig van contante stortingen bij deze banken door natuurlijke personen en bedrijven. Daarbij gaat het ook om grote geldbedragen. Zo blijkt uit informatie van de [bank 3] dat één natuurlijke persoon binnen twee dagen in totaal een geldbedrag van één miljoen euro contant bij deze bank heeft gestort. De officieren van justitie plaatsen ook vraagtekens bij de herkomst van deze gelden, zoals nader uiteengezet in de vermelde processen-verbaal.
“De door verdachten uitgeoefende manier van toezicht houden maakt het witwassen van crimineel geld dan wel het faciliteren ervan mogelijk, en het is zeer waarschijnlijk dat dit ook heeft plaatsgevonden”, aldus dit proces-verbaal.
5.Standpunt klaagsters
6.Oordeel rechtbank
“shipper”op de vrachtbrieven van de betreffende geldzending vermeld.
“Is onze zending aangehouden? Wat moeten wij nu doen?”. Verbalisant [verbalisant 1] reageert:
“Nee, niet aangehouden maar is opgehouden voor controle! (…) Zodra ik meer weet dan hoort u dat van mij.”. In zijn e-mails van 15, 16, 17 en 18 april 2018 informeert [persoon] naar
“onze geldzending”en of deze al is
“vrijgegeven voor verder transport naar China”. Op 19 april 2018 reageert verbalisant [verbalisant 1] met de mededelingen, dat de Douane de stopzetting heeft opgeheven, dat de zending echter onder leiding van het Openbaar Ministerie Noord-Holland in beslag is genomen en dat [persoon] zich voor informatie tot deze instantie kan wenden.
“De betreffende gelden zijn inbeslaggenomen onder de Centrale Bank van Suriname , zodat de betrokkenheid van deze partij als beslagene duidelijk is. De handelsbanken zijn in een later stadium bij de onderhandelingen aangesloten (…).”De opmerking van de officieren van justitie in noot 11 van de reactie van het Openbaar Ministerie op het klaagschrift dat dit abusievelijk is gedaan, overtuigt niet.
“Met de beslaglegging door het OM op gelden die CBvS als staatsorgaan van Suriname onder zich had, heeft Nederland Suriname (…) zonder grondslag aan zijn rechtsmacht onderworpen. Dit is in strijd met de soevereine gelijkheid van staten”, aldus het klaagschrift onder punt 21.
‘Banknotes Trading Agreement’) - overgelegd bij het klaagschrift, als bijlage 5 bij de brief van 22 augustus 2018 - dat de overeenkomst en de ter uitvoering daarvan verrichte geldzendingen een commercieel doel dienden (
‘private commercial purposes’). Bovendien hebben CBvS en Bank of China in deze bepaling afstand gedaan van aan hen toekomende immuniteiten. Ook los van deze overeenkomst, is volgens de officieren van justitie duidelijk dat met de geldzending niet een publiek belang wordt gediend, omdat dergelijke geldzendingen ook door andere, commerciële banken kunnen en in de praktijk ook worden verricht. De officieren van justitie hebben gevorderd het beroep op (staats)immuniteit af te wijzen.
‘immuniteit ratione personae’(persoonlijke immuniteit) en
‘immuniteit ratione materiae’(functionele immuniteit). [3] Voor beide vormen geldt dat de toegekende immuniteit niet een persoonlijk voorrecht is, maar ertoe strekt te waarborgen dat de betrokken persoon of het betrokken orgaan zijn functie op een effectieve manier kan uitoefenen ten behoeve van zijn staat. [4]
“is entered into for private commercial purposes”en waarbij partijen afstand doen van immuniteit op grond van soevereiniteit (
“irrevocably waives (…) all immunity on the grounds of sovereignty of similar ground”), brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
“voluntary invitations to give evidence”zijn acceptabel onder internationaal recht, hetgeen betekent dat
“binding orders”als dwangmiddelen, zoals een doorzoeking of een inbeslagneming, niet toelaatbaar zijn. [9]
“having the effect of directly hampering his ability to continue to perform his duties” [10] en is daarom in strijd met de door Nederland te eerbiedigen immuniteit van CBvS .