ECLI:NL:RBNHO:2019:11095
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning voor paardrijbak wegens schending planregels en onduidelijk gebruiksvoorschrift
De rechtbank Noord-Holland heeft op 22 november 2019 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over een omgevingsvergunning voor het aanpassen van een bestaande paardrijbak op een perceel in Drechterland. Eisers, wonend op het naastgelegen perceel, maakten bezwaar tegen de vergunningverlening door het college van burgemeester en wethouders.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning terecht was verleend met toepassing van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het afwijken van bouw- en gebruiksregels, maar dat niet aan de voorwaarden van artikel 50.5.3 van de planregels was voldaan. De vergunninghouder had het perceel onterecht als geen weidevogelleefgebied bestempeld, terwijl het bestemmingsplan onherroepelijk is en de planregels gerespecteerd moeten worden.
Daarnaast was het aan de vergunning verbonden gebruiksvoorschrift omtrent het eigen, strikt hobbymatig gebruik en het gebruik door derden onduidelijk geformuleerd, wat leidt tot rechtsonzekerheid. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het college moet een nieuw besluit nemen.