Uitspraak
200606426/1) kan de bedoelding van de planwetgever niet afdoen aan hetgeen in planvoorschriften ondubbelzinnig is bepaald. De tekst van artikel 20, eerste lid, van de planvoorschriften is duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar. Hierin is bepaald dat het gebruiksverbod niet geldt voor de bestemmingsvlakken van de medebestemming "Agrarische bedrijfsdoeleinden". Gelet hierop kan aan het betoog van het college, dat de planwetgever deze uitsluiting van het gebruiksverbod niet heeft bedoeld, wat daar ook van zij, niet de door het college beoogde betekenis worden toegekend. Hieruit volgt dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden en dat de rechtbank het besluit van 12 juni 2007 terecht heeft vernietigd.