ECLI:NL:RBNHO:2019:1182
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens schending inlichtingenplicht bij bijstandsuitkering op nul gesteld
Eiser ontving een bijstandsuitkering en werd door verweerder uitgenodigd voor een rechtmatigheidsgesprek. Eiser verscheen niet op het eerste gesprek en op het tweede gesprek zonder alle gevraagde gegevens te overleggen. Verweerder legde daarop een boete van € 75,- op wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiser stelde dat hij niet verwijtbaar handelde en dat de boete onterecht was, mede omdat hij de ontbrekende gegevens later alsnog aanleverde en er geen benadelingsbedrag was.
De rechtbank oordeelde dat eiser de inlichtingenplicht inderdaad had geschonden, maar dat verweerder de boete onjuist had vastgesteld. Omdat eiser binnen twee jaar na een eerdere boete opnieuw de plicht had geschonden, gold een recidiveregime met een maximale boete van € 100,-, waarvan 50% (€ 50,-) passend was. Verweerder had echter € 75,- opgelegd, wat in strijd was met de beleidsregels.
Gezien de fouten van beide partijen stelde de rechtbank de boete op nul en vernietigde het bestreden besluit. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank benadrukte het belang van een goede voortzetting van de relatie tussen eiser en verweerder.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt op nul gesteld en het bestreden besluit vernietigd.