ECLI:NL:RBNHO:2019:172
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- F. Kleefmann
- W.M.C. Schipper
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling van onterecht geheven antidumpingrechten op schoeisel uit China
Eiseres heeft op 20 augustus 2010 antidumpingrechten betaald voor schoeisel geïmporteerd uit China, welke later onterecht bleken omdat de Commissie de verzoeken tot marktgerichte onderneming (BMO) en individuele behandeling (IB) van de producent-exporteur niet had onderzocht. Na afwijzing van haar verzoek tot terugbetaling en bezwaar, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het antidumpingrecht op het moment van betaling niet wettelijk verschuldigd was, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) dat de antidumpingverordeningen ongeldig verklaarde wegens het niet onderzoeken van BMO- en IB-verzoeken. De rechtbank volgt de uitleg van het HvJ dat de terugbetaling moet worden toegestaan en dat eiseres recht heeft op wettelijke rente vanaf de datum van betaling.
De rechtbank wijst de stelling van verweerder af dat terugbetaling moet worden geweigerd zolang een nieuwe mededeling van douaneschuld ontbreekt. De procedure die de Commissie heeft ingesteld, is gericht op het alsnog beoordelen van BMO- en IB-verzoeken en het vaststellen van juiste antidumpingrechten. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en draagt hem op het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugbetaling van € 13.090,78 aan onterecht geheven antidumpingrechten wordt toegewezen.