Eiseres exploiteert een groenrecyclinginrichting waarvoor een omgevingsvergunning milieu met maatwerkvoorschriften is verleend. Verweerder constateerde geurhinder en overtredingen van het maatwerkvoorschrift 3.1.1 dat geurverhogende activiteiten bij bepaalde windrichtingen verbiedt. Naar aanleiding daarvan legde verweerder meerdere malen lasten onder dwangsom op en invorderde verbeurde dwangsommen.
Eiseres betwistte de overtreding en stelde dat geurhinder alleen met objectieve metingen kan worden vastgesteld, niet op basis van toezichthouderswaarnemingen. De rechtbank oordeelde dat de waarnemingen voldoende zijn voor vaststelling van geurhinder en dat het maatwerkvoorschrift onherroepelijk is. Tevens was eiseres niet tijdig of adequaat in het vragen van toestemming om van het verbod af te wijken.
Verder was het handhavingsbeleid juist toegepast gezien de klachten, overtredingen en waarschuwingen. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit. De gewijzigde Europese regelgeving die het maatwerkvoorschrift later buiten werking stelde, heeft geen terugwerkende kracht op deze uitspraak.