ECLI:NL:RBNHO:2019:2741
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering passagier tegen British Airways en incidentele zekerheidstelling proceskosten
De passagier uit Canada vordert compensatie van British Airways wegens een geannuleerde vlucht die leidde tot het missen van een aansluitende vlucht. Hij baseert zijn vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004 en eist een bedrag van €781,50 inclusief buitengerechtelijke kosten.
British Airways vordert in een incident zekerheidstelling voor proceskosten op grond van artikel 224 Rv Pro, omdat de passagier geen woonplaats in Nederland heeft. De passagier verzet zich hiertegen en beroept zich op een volmacht aan een in Nederland gevestigde gemachtigde.
De kantonrechter oordeelt dat de passagier zelf als eisende partij optreedt en geen uitzonderingsgrond geldt voor zekerheidstelling. De passagier wordt veroordeeld binnen twee weken zekerheid te stellen voor €348, zijnde de verwachte proceskosten. De kosten van het incident worden aan de passagier opgelegd. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere behandeling.
Uitkomst: Passagier wordt veroordeeld tot zekerheidstelling van €348 voor proceskosten binnen twee weken.