ECLI:NL:RBNHO:2019:3610
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen zakelijk huurcontract: toeslagpartnerschap voor huurtoeslag en kindgebonden budget bevestigd
Eiseres betwistte de aanmelding van de heer als toeslagpartner voor de huurtoeslag en het kindgebonden budget over 2015, stellende dat er een zakelijke huurovereenkomst bestond omdat de heer een kamer in onderhuur huurde. Zij overhandigde meerdere versies van een huurovereenkomst met verschillende huurprijzen en betaalbewijzen.
De Belastingdienst stelde dat de heer reeds in 2013 en 2014 als toeslagpartner werd aangemerkt en dat de huurovereenkomst niet zakelijk was, mede vanwege inconsistenties in de huurprijs en onvoldoende bewijs van daadwerkelijke huurbetaling. De rechtbank kon niet vaststellen of het toeslagpartnerschap in 2013 en 2014 onherroepelijk was, maar beoordeelde de zakelijke huurovereenkomst voor 2015.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen overtuigend bewijs leverde van een zakelijke huurovereenkomst. De verschillende huurovereenkomsten met tegenstrijdige huurprijzen en het ontbreken van duidelijke betalingsstromen op privérekeningen van de heer spraken tegen het bestaan van een zakelijke relatie. Ook een beroep op redelijkheid en billijkheid werd niet gehonoreerd.
Daarmee was het toeslagpartnerschap voor 2015 terecht vastgesteld en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de heer wordt terecht als toeslagpartner aangemerkt.