Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- meerdere overeenkomsten van lening opgemaakt inhoudende dat hij, verdachte, de geldbedragen op afgesproken data aan die [aangeefster] zal terugbetalen, en
- door zijn houding en wijze van optreden bij die [aangeefster] het vertrouwen en de indruk gewekt dat de geldbedragen terugbetaald zouden worden, en (aldus) zich jegens die [aangeefster] voorgedaan als bonafide schuldenaar, en
- die [aangeefster] , na het verstrijken van de termijn voor terugbetaling, (telkens) uiteenlopende leugens en uitvluchten verteld aangaande de lopende procedure en (valse) beloften / toezeggingen gedaan aangaande de terugbetalingen van de uitgeleende gelden, inclusief rente of giften, en
- gezegd dat zijn erfenis 1.5 miljoen euro waard is en dat hij haar, [aangeefster] , tot zijn erfgenaam had gemaakt (en daarvoor EUR 9.000,00 nodig had), en
- gezegd dat zijn claim tegen de Staat erkend is en dat het geld klaar ligt en binnenkort uitgekeerd zal worden, maar dat hij - onder meer ten behoeve van de afwikkeling van de zaak en om verdere vertraging te voorkomen - nieuwe geldleningen nodig heeft (terwijl hij de door [aangeefster] verstrekte geldbedragen vervolgens onder meer heeft uitgegeven in het casino), althans (telkens) woorden van dergelijke aard en/of strekking,
2.Voorvragen
3.Bewijs
samenweefsel van verdichtselsin de kern gaat om gesproken en/of geschreven uitingen die bij een ander een op meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen.
bewezenverklaringbesproken gedeeltelijke bewezenverklaring (het vijfde en zesde gedachtestreepje) van de eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde oplichting, als gevolg waarvan verdachte een gedeelte van het van aangeefster ontvangen bedrag wederrechtelijk onder zich had (namelijk € 7.000,-) kan de tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde verduistering ten aanzien daarvan niet bewezen worden verklaard. Hiervoor is immers vereist dat verdachte het geldbedrag anders dan door misdrijf onder zich had. Slechts onder bijzondere omstandigheden sluiten oplichting en verduistering elkaar niet uit, maar een dergelijk geval doet zich hier niet voor (vgl. HR 10 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5575).
gezegd dat zijn claim tegen de Staat erkend is en dat het geld klaar ligt en binnenkort uitgekeerd zal worden, maar dat hij - onder meer ten behoeve van de afwikkeling van de zaak en om verdere vertraging te voorkomen - nieuwe geldleningen nodig heeft althans woorden van dergelijke aard en/of strekking, waardoor die [aangeefster] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
3 maanden.
[benadeelde partij]geleden schade tot een bedrag van
€ 7000,00als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, aan benadeelde partij voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.