Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder
gemeente Zaanstad, te Zaandam.
Rechtbank Noord-Holland
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende een omgevingsvergunning voor het kappen en herplanten van 272 bomen in de Beken en Merenbuurt te Zaandam. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning, met name tegen het kappen van behoudenswaardige bomen en stelde dat meerdere weigeringsgronden van toepassing waren.
De rechtbank oordeelde dat slechts één boom, een kastanjeboom, een weigeringsgrond kende, maar dat het belang van de rioolvervanging en wijkherinrichting zwaarder woog dan het behoud van deze boom. Voor de overige 271 bomen waren geen weigeringsgronden van toepassing, aangezien deze geen natuurwaarde of waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand hadden.
Verder stelde de rechtbank vast dat de kapvergunning in overeenstemming was met de geldende beleidsregels en dat verzoekster voldoende gelegenheid had gekregen om te reageren op de aan haar verstrekte bomenlijst. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van 272 bomen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.