ECLI:NL:RBNHO:2019:4284
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbeschikking dwangsom wegens niet volledig verwijderen leidingwerk
Eiser, eigenaar van een pand met twee zelfstandige woningen, kreeg een last onder dwangsom opgelegd om de bewoning van een onbenoemde ruimte te staken en voorzieningen zoals douche, toilet en keuken inclusief leidingwerk te verwijderen. Verweerder vorderde een dwangsom van € 2.500,- wegens het niet volledig verwijderen van het leidingwerk.
De rechtbank constateert dat de last onder dwangsom rechtmatig is vastgesteld en dat eiser geen rechtsmiddelen tegen dat besluit heeft aangewend. Uit controle bleek dat het leidingwerk in het toiletgedeelte en keukengedeelte niet volledig was verwijderd, maar in de doucheruimte was dit niet vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat invordering van de dwangsom voor het leidingwerk in toilet en keuken terecht is, maar voor het leidingwerk in de doucheruimte onterecht. Daarom wordt de invordering gematigd tot € 1.666,67. De stelling van eiser dat de last onduidelijk was, wordt verworpen. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt het in te vorderen bedrag vast op € 1.666,67.