ECLI:NL:RVS:2016:1062
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsom wegens voortzetting casino-exploitatie
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond legde op 8 juli 2013 een last onder dwangsom op aan JVH Gaming B.V. om vóór 9 september 2013 de exploitatie van een casino op het perceel Binderseind 21 te Helmond te beëindigen. Omdat hier niet aan werd voldaan, besloot het college op 13 januari 2014 tot invordering van de verbeurde dwangsom van €50.000. JVH Gaming maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden dit ongegrond.
JVH Gaming voerde in hoger beroep aan dat het college niet bevoegd was tot invordering omdat de begunstigingstermijn was verlengd en omdat niet zij maar een andere rechtspersoon de overtreding beging. De Raad van State oordeelde dat de begunstigingstermijn niet was gewijzigd en dat bezwaren tegen de rechtmatigheid van het oorspronkelijke last onder dwangsombesluit niet meer aan de orde zijn bij toetsing van de invordering.
Verder stelde JVH Gaming dat bijzondere omstandigheden, zoals onzorgvuldige aanschrijving en een voorgenomen verplaatsing van de speelautomatenhal, tot afzien van invordering hadden moeten leiden. De Raad van State verwierp dit en benadrukte het belang van effectieve handhaving en invordering van verbeurde dwangsommen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van JVH Gaming tegen het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.