Verzoekster kreeg haar rijbewijs ongeldig verklaard na een alcoholcontrole waarbij een promillage van 1,38 werd vastgesteld. Een psychiater stelde de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin, gebaseerd op anamnese en alcoholgebruik, wat tot het besluit leidde.
Verzoekster betwistte het psychiatrisch rapport en leverde een contra-expertise in. De voorzieningenrechter oordeelde dat het rapport onvoldoende gemotiveerd was, met onduidelijkheden over vraagstelling en context van het alcoholgebruik, waardoor het besluit niet stand kon houden.
De voorzieningenrechter schorst het besluit tot zes weken na de uitspraak op het beroep, omdat het belang van verzoekster om haar rijbewijs te gebruiken voor haar agrarische werkzaamheden zwaarder weegt dan het belang van verkeersveiligheid, dat nog niet vaststaat.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.