Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 januari 2019 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [aangeefster] van 23 februari 2018 (dossierpagina 40 t/m 42);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisanten] van 23 februari 2018 (dossierpagina 8 t/m 10).
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 januari 2019 afgelegd, voor zover deze inhoudt dat verdachte het slachtoffer heeft gestoken en het letsel bij hem heeft toegebracht;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 10 juni 2018 (dossierpagina 120 t/m 126);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 10 juni 2018 (dossierpagina 138 t/m 141);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 10 juni 2018 (dossierpagina 57 t/m 58);
- een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring van 10 juni 2018 (dossierpagina 127 t/m 128);
- een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , inhoudende aanvullende informatie met betrekking tot het letsel, van 2 juli 2018 (los opgenomen).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
240 (tweehonderdveertig) dagen.
200 (tweehonderd) dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van
drie jaren.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
60 (zestig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.