Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Aan de opnamen in rekening-courant in 2013 ligt een overeenkomst van geldlening ten grondslag. Op het moment dat deze opnamen zijn gedaan was van enige bewustheid dat de gelden niet zouden worden terugbetaald geen sprake. De gehele vordering in rekening-courant is op 3 augustus 2014 afgelost. De advocaatkosten hebben betrekking op het faillissement van [C] , de echtgenoot van [A] . Deze kosten vormen voor eiseres zakelijke kosten. Voor brutering is geen aanleiding omdat eiseres voornemens is de verschuldigde dividendbelasting op [A] te verhalen. Indien sprake zou zijn van een dividenduitkering in 2013, staat het van toepassing zijnde verdrag ter voorkoming van dubbele belasting met België (hierna: Verdrag NL-BE) aan heffing in de weg omdat zowel eiseres als [A] in 2013 inwoner van België waren.
Het beroep inzake 2014 is tijdig ingesteld. Het faillissement van [A] staat niet aan de bevoegdheid tot procederen in de weg. De dividenduitkering in 2014 kan op grond van het van toepassing zijnde verdrag ter voorkoming van dubbele belasting met de Verenigde Arabische Emiraten (hierna: VAE) niet in de heffing worden betrokken, omdat zowel eiseres als [A] in 2014 inwoner van de VAE waren.
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vermindering van de naheffingsaanslagen, de beschikkingen belastingrente en de boete tot nihil.
Eiseres is in 2013 als in Nederland gevestigd lichaam dan wel als lichaam dat geacht moet worden in Nederland te zijn gevestigd inhoudingsplichtige voor de dividendbelasting. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar feitelijke leiding naar België is verplaatst. Per ultimo 2012 bedraagt de vordering in rekening-courant op [A] € 2.295.449. In de aangifte vennootschapsbelasting 2012 van eiseres is de vordering wegens oninbaarheid afgewaardeerd tot nihil. In 2013 is de vordering in rekening-courant desondanks toegenomen met € 726.347. Aan deze vorderingen ligt geen overeenkomst van geldlening ten grondslag. Er zijn geen zekerheden verstrekt en er is geen aflossingsschema overeengekomen. Aan de omstandigheid dat de rekening-courantvordering in 2014 volledig is voldaan kan geen betekenis worden toegekend, aangezien verrekening heeft plaatsgevonden met een dividenduitkering en de aflossing dus niets zegt over de inbaarheid van de vordering. De advocaatkosten van € 205.700 hebben betrekking op het faillissement van de echtgenoot van [A] per 16 april 2013. [C] is werknemer noch aandeelhouder van eiseres. Aangezien eiseres deze gelden nooit onder dezelfde voorwaarden aan een derde zou hebben verstrekt, moet ervan uit worden gegaan dat de gelden uitsluitend ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van enig aandeelhouder [A] zijn verstrekt en dat aan het dubbele bewustzijnsvereiste is voldaan. Voor het geval de rechtbank de rechtbank concludeert dat eiseres per 14 oktober 2013 in België is gevestigd dient de uitdeling te worden bepaald op de opnamen in rekening courant en de facturen tot deze datum (respectievelijk € 159.747 en € 106.709). De uitdelingen hebben het karakter van vermomde winstuitdelingen. Naar hun aard dienen deze te worden gebruteerd. Uit de oninbaarheid van de rekening-courantvordering van eiseres op [A] volgt dat verhaal van dividendbelasting bij voorbaat onmogelijk was.
Het beroep inzake 2014 is drie weken voor aanvang van de beroepstermijn ingesteld.
Verweerder concludeert inzake 2013 tot ongegrondverklaring van het beroep.