ECLI:NL:RBNHO:2019:613
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen onmiddellijke sluiting bedrijfspand wegens vondst XTC
De burgemeester van Zaanstad sloot op 9 oktober 2018 een bedrijfspand onmiddellijk voor zes maanden na de vondst van 77 hele en 11 halve XTC-pillen, een handelshoeveelheid harddrugs, in het pand. Verzoeker, huurder en exploitant van het autoservicebedrijf in het pand, maakte bezwaar tegen deze sluiting en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoeker vanwege de financiële problemen door de sluiting. De burgemeester baseerde zijn besluit op artikel 13b van de Opiumwet en het gemeentelijke beleidskader, dat sluiting voorschrijft bij aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs.
Verzoeker stelde dat de pillen uitsluitend voor eigen gebruik waren en dat de sluiting disproportioneel was. De rechter oordeelt dat de hoeveelheid pillen ruim boven de toegestane gebruikershoeveelheid ligt en dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geen sprake was van handel. Ook de financiële gevolgen wegen niet op tegen het doel van het beleid, namelijk het voorkomen van drugshandel en het herstellen van de openbare orde.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 29 januari 2019 door voorzieningenrechter E. Jochem.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.